En daar moet ik dan iets mee. Het zijn de verhalen over mijn geboortedorp.
Oktober 2026: Tijdens mijn zoektocht naar verhalen voor mijn stoetboomproject kwam ik bij Gerhard Retsema in Warffum.
Hij las mij een verhaal voor over de dag waarop hij zelf een stoetboom kreeg. Al pratend ontdekten we dat we beide geboren zijn in Bierum.
In de jaren zeventig en tachtig schreef Retsema onder het pseudoniem ‘Proater’ in het Gronings voor de Bierumer dorpskrant. Zijn verhalen gaan over het Bierum van de jaren veertig, vijftig en zestig. Ze beschrijven met warmte, humor en oog voor detail het dagelijks leven in het dorp van toen.
Vrijwel iedere Bierumer kent de verhalen, maar slechts enkelen hadden de oude kranten bewaard. Ik vond dat deze bijzondere herinneringen niet verloren mochten gaan. Samen met meneer Retsema komen de verhalen terug naar Bierum in een boek met foto's van het oude Bierum en met tekeningen van mij.
De bundel bevat niet alleen de eerder gepubliceerde verhalen, maar ook een groot aantal nooit eerder verschenen herinneringen van Gerhard Retsema. Daarmee is Mit mekoar deur Baaierm een waardevol tijdsbeeld van een Gronings dorp zoals het ooit was: over de mensen die het kleur gaven, over kleine en grote gebeurtenissen, en over het kattekwaad van een opgroeiende jongen.
Zo schrijft Retsema in het verhaal Domies neuten over de verboden walnoten van de dominee: ‘Dus mos wie veur ons zulf zörgen. Daifstal, zeden ie? O, wacht even, dat bekeken wie n beetje aans.'
Ik heb vooral genoten van de manier waarop Gerhard zijn kattekwaad beschrijft.
Zijn verhaal over de aanvaring met de 'Plietsie Holwier' heb ik verwerkt in een collage met zijn handschrift.

